ZAAL PLATO

Comfortabele zaal op het gelijkvloers, met een mooi zicht op de tuin. In de zomer kan je tevens genieten van het zonnetje op het aangename terras aansluitend aan Plato zaal. Deze zaal kan voor verschillende doeleinden ingezet worden: van de klassieke opstelling met tafels voor presentaties en trainingen tot opleidingen of workshops waar je in cirkel zit. Deze zaal kan ook ideaal ingezet worden voor lichaamswerk.

 

Download de fiche van deze zaal

 

Faciliteiten
  • Aantal personen: 16
  • Oppervlakte: 35 m2
  • Iconen_extra-01_zondertekst
    Verdieping: Gelijkvloers
  • Iconen_extra-01_zondertekst
    Wifi
  • Iconen_extra-01_zondertekst
    Projector
  • Iconen_extra-01_zondertekst
    Flipchart: JA
Opstellingen
  • Iconen_extra-01_zondertekst
    Theater: 16 personen
  • Iconen_extra-01_zondertekst
    Cirkel: 16 personen
  • Iconen_extra-01_zondertekst
    Halve circkel: 16
  • Iconen_extra-01_zondertekst
    Yogamatten: 10
  • Iconen_extra-01_zondertekst
    Tafels: 10

Formules & prijzen

Halve dag
Vanaf 12 personen: 35 EUR/persoon (excl. lunch).
Bij minder dan 12 personen: bijkomende fee van 100 EUR.

Deze zaal kan geboekt worden van 9u tot 13u of van 14u tot 18u. Koffie, thee, water en versnaperingen inbegrepen.

Beschikbaarheid & reservatie 

Hele dag
Vanaf 12 personen: 35 EUR per persoon (excl. lunch).
Bij minder dan 12 personen: bijkomende fee van 200 EUR.

Deze zaal kan geboekt worden voor een hele dag van 9u tot 18u. Lunch, koffie, thee, water en versnaperingen inbegrepen.

Beschikbaarheid & reservatie 

Plato

" Wat maakt het uit of iemand intelligent is als hij anderen zijn kennis niet kan bijbrengen? Echt meesterschap toont zich wanneer de leerling de meester overstijgt."


Plato (Oudgrieks: Πλάτων, Plátōn) - (Athene, ca. 427 v. Chr. – aldaar, 347 v.Chr.) was een Grieks filosoof en schrijver. Plato, leerling van Socrates en leraar van Aristoteles, is een van de meest invloedrijke denkers in de westerse filosofie en was ook de stichter van de Atheense Academie, het eerste instituut voor hoger onderwijs in het westen. Hij schreef een aantal dialogen over zeer diverse onderwerpen en werd met zijn ideeënleer de aartsvader van het filosofisch idealisme.
 
Plato's oeuvre vertoont een verbluffende diversiteit aan onderwerpen, gepaard gaand met een even grote diversiteit aan stijl, methode, sfeer en toon. Zijn schrijverschap uit zich niet alleen in karakteriseringen van personages, maar ook in het gebruik van mythen, immitaties van tijdgenoten en sfeerbeschrijvingen.
 
Zijn werken worden opgesplitst in drie perioden, de vroege, de midden en de late periode. Het zijn de werken uit de middenperiode die het bekendst zijn geworden, deels omdat onder de dialogen uit deze periode literaire evergreens te vinden zijn, deels omdat in deze periode Plato's beroemde metafysische opvattingen gestalte krijgen.
 
Zijn overtuiging dat er vaste ethische waarden bestaan krijgt gestalte in de aanname dat er Ideeën (of 'Vormen') bestaan. Dit zijn onzichtbare, tijdloze, perfecte voorbeelden, waarvan de verwerkelijkingen in de wereld om ons heen slechts zwakke imitaties zijn. In concreto: wij vinden dat een bepaalde handeling rechtvaardiger is dan een andere. Waarom? Omdat de ene handeling meer de Idee 'Rechtvaardigheid' benadert dan de andere. Deze ethische Ideeën zijn dus absolute standaarden, geldig voor alle mensen.

Het wezen van de dingen vinden we ook terug in de 'Ideeën'. Doordat zij eeuwig bestaan en eeuwig hetzelfde zijn, ziet Plato in hen de enig ware objecten van onze kennis. De zichtbare wereld om ons heen is te veranderlijk om er echt kennis van te kunnen hebben.
 
Volgens Plato is de mens in staat deze Ideeën te kennen. In de Meno geeft hij hiervoor als verklaring dat onze ziel in een eerder leven de Ideeën heeft aanschouwd, en zich deze weer herinnert (anamnese) als ze, in ons lichaam verblijvend, de flauwe afschaduwingen ervan in de voorwerpen om ons heen ziet. Dit maakt ook dat wij op een gegeven moment zekerheid kunnen hebben dat wij inderdaad iets echt kennen.
 
Bovenaan de ideeënwereld staan 'het goede, ware en schone.' Zij wakkeren het verlangen om goed te doen, de drang naar juiste kennis en de zoektocht naar schoonheid aan. De zetel van deze drang naar het hogere is de ziel, het onsterfelijke deel van de mens. Het lichaam is volgens Plato een kerker, waaruit de ziel bij de dood ontsnapt. Tijdens ons leven kunnen we al een voorschot nemen op onsterfelijkheid door filosofie te beoefenen. In de beroemde vergelijking van de grot vergelijkt Plato ons met gevangenen die met de rug naar het licht de schaduwen op de muur voor de echte werkelijkheid houden. Filosofen gaan op zoek naar de bron van het licht en proberen mensen te behoeden voor deze schijnkennis.
 
Naast de statische indeling (de waarneembare wereld om ons heen, en een onzichtbare wereld van Ideeën, en onze ziel die een tussenpositie inneemt) beschrijft Plato in het Symposium en in de Phaedrus de dynamische component, eros geheten, een energie (of drift) die ons voortdrijft en ons kan opstuwen in de richting van de Ideeën. Maar deze eros kan ook 'slecht' worden aangewend, en ons doen verlangen naar en hechten aan de zinnelijke wereld om ons heen. Dit dualisme van Plato heeft waarschijnlijk een pythagoreïsche oorsprong (het is bekend dat Plato de Pythagoreeërs in Zuid-Italië heeft bezocht).

Top